Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het verloop van de procedure
2.Inleiding
3.De dagvaarding van SDEJ
Nauw Omschreven Groep):
4.De conclusies van de Autoproducenten, Bosch, [gedaagde 7] en de Autodealers
per vordering en per gedaagde (en per motortype) te bepalen:
5.De beoordeling
Universal Music).
van de Autodealerseen voertuig hebben gekocht of via lease onder zich hebben gekregen. De vorderingen gericht tegen [gedaagde 7] betreffen voertuigen die door [gedaagde 7] zijn geïmporteerd en door haar aan de Autodealers zijn geleverd, die ze hebben verkocht aan de eindgebruiker. Voornoemd verschil is van belang voor de beoordeling van de rechtsmacht, zoals hierna zal blijken. Om die reden zal de rechtbank de groep die van de Autodealers een voertuig heeft gekocht of via lease onder zich heeft verkregen hierna aanduiden als de “NL Kopers”. Dit ter onderscheid van de andere personen wier belangen SDEJ ook stelt te behartigen en die niet bij één van de Autodealers een voertuig hebben gekocht of via lease onder zich hebben gekregen, maar bij een andere autodealer in de Europese Unie, hierna aan te duiden als de “Niet NL Kopers”. Onderscheidend criterium tussen deze twee categorieën is zodoende niet de woonplaats van de koper, maar of iemand een voertuig al dan niet bij één van de (in Nederland gevestigde) Autodealers heeft gekocht.
Handlungsort) van de Autoproducenten en Bosch zich in Amsterdam bevindt. De plaats waar de schade is ingetreden (het
Erfolgsort) bevindt zich – voor zover het de Niet NL Kopers betreft – evenmin in Amsterdam. In zijn uitspraak van 9 juli 2020, ECLI:EU:C:2020:534 (
Verein für Konsumenteninformation/Volkswagen) heeft het HvJEU geoordeeld dat wanneer voertuigen door de fabrikant ervan in een lidstaat op onrechtmatige wijze zijn voorzien van software die de emissiegegevens manipuleert alvorens deze voertuigen bij een derde in een andere lidstaat worden gekocht, de plaats waar de schade intreedt zich in deze laatste lidstaat bevindt. Dit betekent dat ook artikel 7, punt 2, Verordening Brussel I bis alleen bevoegdheid schept voor zover de voertuigen in Nederland gekocht zijn, en dat is voor de Niet NL Kopers niet het geval.
schadeveroorzakendegebeurtenis of gebeurtenissen, ook al spreekt de wettekst zelf enkel van gebeurtenis of gebeurtenissen. In de toelichting is verder geen aanknopingspunt te vinden op grond waarvan als gebeurtenis ook zou moeten gelden het intreden van
schadelijke gevolgen vaneen gebeurtenis of gebeurtenissen. De initiële, gemeenschappelijke en alles overkoepelende schadeveroorzakende gebeurtenis waarop de vorderingen van SDEJ zijn gebaseerd, is het tot stand brengen van een “Illegaal Manipulatie-instrument” zoals SDEJ dat noemt. Dit is vóór 15 november 2016 ontwikkeld (en de typegoedkeuring voor de betreffende motortypen is ook vóór die datum verkregen). Het daadwerkelijk op de markt brengen van voertuigen waarin dit manipulatie-instrument was ingebouwd, is dus een later intredend schadelijke gevolg van het ontwikkelen van een illegaal manipulatie-instrument.
Anders dan het Rv-overgangsrecht laat het BW-overgangsrecht weliswaar een knip toe (“voor zover”). Dat is in dit geval niet relevant, omdat al voor 15 november 2016 een (volgens SDEJ: illegaal) manipulatie-instrument tot stand was gebracht en niet is gesteld dat latere aanpassingen op het gestelde illegale karakter daarvan van invloed zijn geweest.
6.De beslissing
4 mei 2022voor akte van de zijde van SDEJ over de verhouding van deze procedure tot de eerder gevoerde collectieve actie als bedoeld onder 5.36;
20 juli 2022voor conclusie van gedaagden met betrekking tot (i) de ontvankelijkheid van SDEJ volgens artikel 3:350a (oud) BW, (ii) het toepasselijk recht en (iii) de verhouding van deze procedure tot de eerder gevoerde collectieve actie als bedoeld onder 5.36;