ECLI:NL:RBOBR:2022:2734
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vaststelling WOZ-waarde woning en proceskostenvergoeding
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in 's-Hertogenbosch, vastgesteld op €1.050.000 per waardepeildatum 1 januari 2019.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar voldoende heeft onderbouwd dat de waarde niet te hoog is, onder meer met vergelijkingsobjecten en een taxatierapport. Hoewel eiser stelt dat bepaalde stukken zoals de grondstaffel en KOUDV-factoren niet tijdig zijn verstrekt, wordt dit gebrek gepasseerd omdat deze gegevens in de beroepsfase alsnog zijn verstrekt en eiser hierop heeft kunnen reageren.
De rechtbank wijst het beroep ongegrond maar veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van €1.518 aan eiser vanwege het niet tijdig verstrekken van op de zaak betrekking hebbende stukken in de bezwaarfase.
De rechtbank wijst ook het betoog van eiser af dat de waardering onvoldoende rekening houdt met verschillen in bouwjaar, inhoud, perceelgrootte en omgevingsfactoren zoals graffiti en tijdelijke woningen. De heffingsambtenaar heeft deze aspecten voldoende toegelicht en gecorrigeerd waar nodig.
De uitspraak is gedaan door rechter J. Lie op 6 juli 2022 te 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard, maar eiser krijgt proceskostenvergoeding wegens niet tijdige verstrekking van stukken.