ECLI:NL:RBOBR:2022:3043
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onterecht korten van verevend ouderdomspensioen op ZW-uitkering
Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV waarbij haar Ziektewet-uitkering (ZW) werd gekort met het bedrag van een verevend ouderdomspensioen dat zij ontvangt van het Pensioenfonds Vervoer. Het UWV stelde dat dit pensioen als inkomen in verband met arbeid moest worden beschouwd en daarom op de ZW-uitkering mocht worden gekort.
De rechtbank oordeelde dat het pensioen geen inkomen in verband met arbeid is, omdat het pensioen is opgebouwd door de ex-partner van eiseres en zij dit pensioen ontvangt vanwege verevening na echtscheiding. Het pensioen vloeit niet voort uit een dienstbetrekking van eiseres zelf. Hierdoor is het onterecht dat het UWV dit pensioen heeft gekort op de ZW-uitkering.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat het UWV binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen, waarbij ook moet worden beslist over de vergoeding van wettelijke rente over het na te betalen bedrag. Tevens werd het UWV veroordeeld tot het betalen van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
De uitspraak benadrukt dat het verevend ouderdomspensioen niet als inkomen in verband met arbeid mag worden aangemerkt om ongelijke behandeling te voorkomen, aangezien bij een gehuwde situatie de pensioenuitkering ook niet op de ZW-uitkering zou worden gekort.
Uitkomst: Het UWV heeft ten onrechte het verevend ouderdomspensioen gekort op de ZW-uitkering, het besluit wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen.