Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De geneesheer-directeur van [verweerder] ,
1.Het procesverloop
2.De feiten
- toedienen van medicatie;
- beperken van bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie.
Rechtbank Oost-Brabant
Betrokkene is op grond van een zorgmachtiging opgenomen in een HIC-accommodatie en is op verzoek van de zorgverantwoordelijke overgeplaatst naar een andere afdeling van een andere zorgaanbieder. Betrokkene diende een klacht in tegen deze overplaatsing en verzocht om schadevergoeding voor het verblijf op de nieuwe afdeling.
De rechtbank oordeelt dat de beslissing van de geneesheer-directeur onvoldoende is gemotiveerd omtrent de beoordeling van proportionaliteit, subsidiariteit, effectiviteit en veiligheid, alsmede ten aanzien van de wensen en voorkeuren van betrokkene. Deze motiveringsgebreken leiden tot gedeeltelijke gegrondverklaring van de klacht en vernietiging van dat deel van de beslissing.
Echter, de rechtbank stelt vast dat betrokkene niet in staat werd geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen en dat de overplaatsing proportioneel en noodzakelijk was. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat betrokkene geen concreet nadeel heeft gesteld of aannemelijk gemaakt.
De klacht wordt verder ongegrond verklaard en de beslissing treedt in de plaats van het vernietigde gedeelte van de bestreden beslissing. Tegen het oordeel over de klacht staat cassatie open, tegen het oordeel over de schadevergoeding hoger beroep.
Uitkomst: Klacht gedeeltelijk gegrond wegens motiveringsgebrek, beslissing vernietigd voor dat deel, verzoek om schadevergoeding afgewezen.