ECLI:NL:RBOBR:2022:4155
Rechtbank Oost-Brabant
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling uitschrijving minderjarige uit BRP bij verblijf in buitenland zonder toestemming beide ouders
De zaak betreft het beroep en verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente 's-Hertogenbosch om een minderjarige uit te schrijven uit de basisregistratie personen (BRP) wegens vertrek naar Rusland. De vader, die samen met de moeder het ouderlijk gezag heeft, was het niet eens met de uitschrijving omdat hij niet had ingestemd met het vertrek en de uitschrijving.
De rechtbank oordeelt dat het college bevoegd is het besluit te nemen en dat de feitelijke verblijfplaats leidend is voor registratie in de BRP. De moeder en het kind verbleven feitelijk in Rusland, wat is vastgesteld door adresonderzoek. Hoewel de moeder en het kind niet in persoon zijn verschenen om aangifte van vertrek te doen, is dit geen beletsel voor uitschrijving. De rechtbank volgt de circulaire en wetgeving die voorschrijven dat bij niet verschijnen ambtshalve uitschrijving plaatsvindt.
De rechtbank wijst het beroep ongegrond en bevestigt de uitschrijving. Wel is sprake van een zorgvuldigheidsgebrek omdat het college de digitale aangifte ten onrechte als aangifte heeft aangemerkt zonder oproep tot persoonlijk verschijnen. Dit gebrek wordt echter gepasseerd. De rechtbank veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak benadrukt dat het niet vereist is dat beide ouders toestemming geven voor uitschrijving uit de BRP en dat het belang van betrouwbare registratie van de feitelijke verblijfplaats voorop staat, ook bij vermoedens van kinderontvoering.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de uitschrijving van de minderjarige uit de BRP.