ECLI:NL:RBOBR:2022:448
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering tillift voor cliënt met Wlz-indicatie en VPT in woonzorgvoorziening
Eiser, geboren in 1939, woont in een studio bij een particuliere zorgorganisatie en heeft een Wlz-indicatie voor beschermd wonen met intensieve dementiezorg (ZZP5). Hij heeft een tillift nodig vanwege ernstige motorische beperkingen, maar de gemeente wees zijn aanvraag voor een tillift op grond van de Wmo af, omdat de woonzorgvoorziening volgens hen moet beschikken over standaardvoorzieningen zoals een tillift.
Eiser voerde aan dat hij met een Volledig pakket thuis (VPT) zorg ontvangt en niet thuis woont in de zin van artikel 8.6a Wmo, en dat de woonruimte onzelfstandig is. De rechtbank oordeelt dat eiser niet thuis woont zoals bedoeld in de Wmo, omdat wonen en zorg onlosmakelijk zijn verbonden en de woonruimte onzelfstandig is. De uitzondering van artikel 8.6a Wmo is daarom niet van toepassing.
De rechtbank stelt vast dat de gemeente wel bevoegd is om een maatwerkvoorziening te verstrekken, maar dat zij onvoldoende heeft gemotiveerd waarom zij dat niet doet. De belangenafweging is niet duidelijk gemaakt, terwijl eiser heeft gewezen op het ontbreken van Wlz-financiering voor een tillift bij de zorginstelling en de aard van de woonzorgvoorziening.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de gemeente op binnen negen weken een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de overwegingen. Tevens wordt de gemeente opgedragen het griffierecht aan eiser te vergoeden.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de gemeente wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen over de tilliftaanvraag.