Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 16 februari 2022 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [vestigingsplaats] , eiseres
het college van gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant, verweerder
Als derde-partij neemt aan het geding deel [naam] B.V., te [vestigingsplaats] ,
Procesverloop
Overwegingen
In deze uitspraak zet de rechtbank eerst de feiten op een rij en de besluitvorming van verweerder. Daarna bespreekt de rechtbank kort de reactie van verweerder op het handhavingsverzoek van eiseres. Verweerder heeft in het verweerschrift een ander standpunt ingenomen dan in het bestreden besluit. Het beroep van eiseres is daarom gegrond. De rechtbank zal in de uitspraak onderzoeken of de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand kunnen blijven (met andere woorden, of verweerder nog steeds kan weigeren om te handhaven). Op 13 januari 2022 is de Regeling natuurbescherming (Rnb) gewijzigd en is een regeling getroffen voor de derde-partij en anderen die destijds ook een melding hadden gedaan onder het PAS (hierna zal de rechtbank spreken over PAS-melders en PAS-meldingen). De rechtbank zal deze regeling betrekken bij de beoordeling. De regeling en andere relevante regelgeving staan in de bijlage bij deze uitspraak.
PAS-melders vullen een digitaal formulier in en leveren dat met de gevraagde gegevens en een AERIUS-berekening digitaal in bij de RVO. [5]
Het bevoegd gezag verifieert of het gemelde PAS-project voldoet aan de voorwaarden in artikel 2.8b Rnb. Als het project daar niet aan voldoet, kan daarvoor geen depositieruimte worden gereserveerd.
Er worden bronmaatregelen getroffen om stikstofdepositieruimte te creëren. De gecreëerde stikstofdepositieruimte wordt (na afroming) geregistreerd in het stikstofregistratiesysteem. Daarbij wordt ook geregistreerd welk deel van de depositieruimte beschikbaar is voor PAS-projecten. [6] Die registratie vindt plaats per Natura 2000-gebied en binnen dat gebied per hexagoon van 1 hectare.
Het bevoegd gezag geeft voorrang aan projecten ten aanzien waarvan vóór 13 januari 2022 een verzoek tot handhaving van artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb is ontvangen. Als het daarna noodzakelijk is om een keuze te maken tussen projecten, kiest het bevoegd gezag voor die combinatie van projecten die gezamenlijk voor een optimale benutting van de beschikbare depositieruimte zorgen.
Het bevoegd gezag kan alleen depositieruimte reserveren voor gemelde PAS-projecten die zijn geselecteerd met toepassing van artikel 2.8c Rnb. Het bevoegd gezag kan de ruimte reserveren na ontvangst van een aanvraag om een natuurvergunning voor dat project.
concretesituatie. Dit wordt ook benadrukt in de recente uitspraak van de Afdeling van 2 februari 2022 [11] naar aanleiding van de conclusie van de advocaten-generaal Widdershoven en Wattel van 7 juli 2021. [12] De rechtbank is van oordeel dat verweerder eerst alle feiten en omstandigheden van dit concrete geval in kaart zal moeten brengen en pas daarna kan afwegen of handhavend optreden zo onevenredig is dat daarvan ten aanzien van de derde-partij moet worden afgezien. Hierbij zal verweerder in dit geval de volgende omstandigheden moeten betrekken of inventariseren en de volgende vragen moeten beantwoorden: