ECLI:NL:RBOBR:2022:5481
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot aanhouding strafzaak in afwachting prejudiciële vragen Hoge Raad
Op 5 december 2022 behandelde de meervoudige kamer van de rechtbank Oost-Brabant het verzoek tot aanhouding van een strafzaak tegen acht verdachten in afwachting van de beantwoording van prejudiciële vragen door de Hoge Raad. De verdediging verzocht de rechtbank om de behandeling aan te houden en zelf vragen aan de Hoge Raad te stellen of aan te sluiten bij reeds aangekondigde vragen, mede vanwege onduidelijkheden over de rechtmatigheid van het gebruik van cryptocommunicatie als bewijs.
De rechtbank overwoog dat tot dat moment nog geen daadwerkelijke vragen aan de Hoge Raad waren gesteld en dat het stellen van prejudiciële vragen alleen zinvol is indien het antwoord noodzakelijk is voor de beslissing in de zaak. Verder werd meegewogen dat het onderzoek al ver gevorderd is, dat sommige verdachten geen aanhouding wensen en dat het aanhouden van de zaak de voortgang ernstig zou belemmeren.
De rechtbank concludeerde dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die een heroverweging van het eerdere afwijzingsbesluit rechtvaardigen. De toestemming voor het gebruik van Sky-ECC-communicatie was op correcte wijze verleend, waardoor de aangevoerde gronden voor nader onderzoek niet opgingen. Het verzoek tot aanhouding en de herhaalde onderzoekswensen werden daarom afgewezen.
Uitkomst: Verzoek tot aanhouding van de strafzaak in afwachting van prejudiciële vragen wordt afgewezen.