ECLI:NL:RBOBR:2022:5596
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens samenloop bezwaar en beroep tegen last onder dwangsom en invorderingsbeschikking
Eiseres, exploitant van een sauna, ontving een last onder dwangsom vanwege het openhouden van haar sauna in strijd met de Noodverordening COVID-19. Verweerder legde een dwangsom van €10.000,- op en vorderde deze in. Eiseres diende een brief in die de rechtbank kwalificeerde als een bezwaarschrift tegen de invorderingsbeschikking.
Verweerder stelde dat hij niet meer bevoegd was om op het bezwaar te beslissen omdat door het instellen van beroep tegen het besluit op bezwaar tegen de last onder dwangsom ook beroep tegen de invorderingsbeschikking was ontstaan. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht geen dwangsom verschuldigd was.
De rechtbank benadrukte dat verweerder bij onduidelijkheid over de aard van het bezwaar navraag had moeten doen bij eiseres. De wettelijke regeling voorkomt dat er twee aparte procedures lopen over de last onder dwangsom en de invorderingsbeschikking.
Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt de samenhang tussen bezwaar en beroep tegen last onder dwangsom en de invorderingsbeschikking.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard omdat het beroep tegen de last onder dwangsom van rechtswege ook betrekking heeft op de invorderingsbeschikking.