ECLI:NL:RBOBR:2022:696
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht opgelegd bij niet zichtbare gehandicaptenparkeerkaart
Op 5 oktober 2020 parkeerde eiseres haar voertuig op een openbare parkeerplaats waarvoor parkeerbelasting geldt. De gemeente Eindhoven legde een naheffingsaanslag parkeerbelasting op omdat geen geldig parkeerbewijs zichtbaar was. Eiseres voerde aan dat een gehandicaptenparkeerkaart aanwezig was, maar niet zichtbaar achter de voorruit lag doordat deze mogelijk op de grond was gevallen tijdens het helpen van haar moeder.
De rechtbank overwoog dat de vrijstelling van parkeerbelasting voor houders van een gehandicaptenparkeerkaart alleen geldt indien de kaart zichtbaar en leesbaar achter de voorruit is geplaatst. Eiseres erkende dat dit niet het geval was. Hoewel er geen sprake was van opzet, is het niet naleven van deze voorwaarde reden voor het opleggen van de naheffingsaanslag.
Eiseres stelde dat sprake was van dubbele belastingheffing, omdat al parkeerbelasting is betaald bij aanschaf van de gehandicaptenparkeerkaart. De rechtbank verwierp dit argument en stelde dat het voldoen van kosten voor de kaart niet gelijkstaat aan het betalen van parkeerbelasting.
De rechtbank concludeerde dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd en handhaafde de uitspraak op bezwaar. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De naheffingsaanslag parkeerbelasting is terecht opgelegd omdat de gehandicaptenparkeerkaart niet zichtbaar en leesbaar achter de voorruit lag.