Verzoekster heeft wraking gevraagd van de rechter die haar bestuursrechtelijke beroepszaak behandelde, waarin zij metadata van documenten in een Wob-procedure wilde verkrijgen. Zij stelde dat de rechter partijdig was vanwege het initiële voorstel om zonder zitting te beslissen en de houding tijdens de zitting waarbij partijen onderling tot een oplossing werden aangespoord.
De wrakingskamer oordeelde dat de rechter niet betrokken was bij het voorstel om zonder zitting af te doen en dat het verzoekster vrijstond om alsnog een zitting te vragen, wat ook gebeurde. De rechter wilde slechts verkennen of partijen tot overeenstemming konden komen, maar gaf aan dat een uitspraak zou volgen. Dit vormde geen aanwijzing voor partijdigheid.
Een aanvullende wrakingsgrond over een slecht leesbaar verweerschrift werd als te laat ingediend beschouwd en daarom niet meegenomen. Verzoeksters overige verzoeken om de rechtbank te laten toetsen aan volledigheid van documenten en kostenveroordeling werden niet-ontvankelijk verklaard.
De wrakingskamer concludeerde dat er geen gegronde reden was voor wraking en wees het verzoek af. De beslissing werd genomen door drie rechters van de rechtbank Oost-Brabant op 22 februari 2022.