ECLI:NL:RBOBR:2022:901
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking subsidie wegens voortijdige projectstart zonder stimulerend effect
Eiseres had een subsidie aangevraagd voor een duurzaam aardbeienplantenteeltproject, uitgevoerd in samenwerkingsverband met een partnerbedrijf. Uit een controle van de NVWA bleek dat activiteiten voor het project al waren gestart vóór de subsidieaanvraag, wat volgens de subsidieregeling leidt tot weigering van subsidie vanwege het ontbreken van een stimulerend effect.
Het college trok de subsidie in en verklaarde het bezwaar van eiseres ongegrond. De rechtbank oordeelde dat het college terecht aannam dat het samenwerkingsverband gezamenlijk verantwoordelijk is en dat de gedragingen van één partner de gehele subsidie raken. De opdrachtbevestiging van december 2017 en daaropvolgende facturen en betalingen bevestigden dat het project feitelijk was gestart vóór de aanvraag.
De rechtbank stelde vast dat eiseres onjuiste gegevens had verstrekt, dat het college bevoegd was de subsidie in te trekken en dat dit in redelijkheid was gebeurd. De intrekking was noodzakelijk om ongeoorloofde staatssteun te voorkomen. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de intrekking van de subsidie wegens het ontbreken van het stimulerende effect door voortijdige projectstart.