Uitspraak
RECHTBANK Oost-Brabant
1.De zaak in het kort
2.De procedure
3.De feiten
- een overboeking op 17 juni van € 400,- door [naam werkgever A] met omschrijving “marketing”,
- maandelijkse overboekingen van telkens € 350,- door [C] (de moeder van [A] ) zonder omschrijving,
- een overboeking op 8 september 2019 van € 2.011,50 door [naam werkgever A] met omschrijving “salaris augustus 2019”.
4.Het geschil
5.De beoordeling
- een betaling op 20 juni 2019 van € 1.261,50,
- een betaling op 25 juli 2019 van € 1.661,50
- een betaling op 28 augustus 2019 van € 1.311,50.