ECLI:NL:HR:2009:BH4720
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid verwerking strafrechtelijke persoonsgegevens in incidentenregister bank
In deze zaak verzochten verzoekers, wonende in België, de verwijdering van hun gegevens uit het incidentenregister van ING Bank, waarin zij waren opgenomen wegens vermoedens van hypotheekfraude en valsheid in geschrifte. De rechtbank en het hof stelden aanvankelijk verzoekers in het gelijk, maar na heropening van het geding verklaarde het hof de eerdere beschikking herroepen en wees het verzoek alsnog af vanwege bewezenverklaring dragende feiten.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of opname van strafrechtelijke persoonsgegevens in het incidentenregister zonder veroordeling is toegestaan en welke maatstaf daarvoor geldt. Het hof stelde dat een veroordeling niet vereist is, maar dat de feiten concreet en zodanig moeten zijn dat zij een bewezenverklaring kunnen dragen, en dat een redelijk vermoeden van schuld onvoldoende is.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en oordeelde dat het hof niet in strijd met de onschuldpresumptie heeft gehandeld door vast te stellen dat de feiten een zwaardere verdenking dan een redelijk vermoeden van schuld opleveren. Tevens verwierp de Hoge Raad het beroep van verzoekers en het incidentele beroep van ING, en veroordeelde partijen in de kosten.
Uitkomst: Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat opname van strafrechtelijke persoonsgegevens zonder veroordeling is toegestaan indien feiten een bewezenverklaring kunnen dragen.