Eiser maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning vastgesteld op €443.000 voor het kalenderjaar 2021. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het te laat was ingediend, na afloop van de zeswekentermijn die begon te lopen vanaf de dag na de dagtekening van het aanslagbiljet. Eiser erkende de te late indiening en gaf aan de aanslag via MijnOverheid te hebben ontvangen, maar niet regelmatig zijn berichtenbox te raadplegen.
De rechtbank oordeelde dat het niet tijdig indienen van het bezwaar niet verontschuldigbaar was, mede omdat eiser bewust had gekozen voor digitale ontvangst via MijnOverheid en op de dag van verzending een notificatie had ontvangen. Het feit dat eiser de termijnoverschrijding niet kon verantwoorden en geen andere omstandigheden aanvoerde, leidde tot de conclusie dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was verklaard.
Daarnaast wees de rechtbank het beroep af voor zover het gericht was tegen de beslissing van de heffingsambtenaar om de WOZ-waarde niet ambtshalve te verminderen, omdat deze beslissing niet voor bezwaar of beroep vatbaar is volgens de toepasselijke wetgeving. Eiser kreeg geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht werd niet teruggegeven.