De zaak betreft de vraag of tussen partijen een slapend dienstverband bestaat en of de werkgever gehouden is op grond van goed werkgeverschap mee te werken aan beëindiging van de arbeidsovereenkomst onder toekenning van een transitievergoeding.
Werknemer is sinds 1 augustus 2016 ziek en ontvangt sinds 30 juli 2018 geen loon meer, terwijl de werkgever de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig heeft opgezegd. Werknemer heeft na twee jaar ziekte een tijdelijke arbeidsovereenkomst bij een andere werkgever gekregen in het kader van re-integratie, maar dit leidt niet tot beëindiging van het oorspronkelijke dienstverband.
De werkgever stelde dat het dienstverband per 31 juli 2018 was beëindigd, maar de rechtbank oordeelt dat hiervoor geen rechtsgeldige opzegging of instemming van werknemer is gegeven. Er is derhalve sprake van een slapend dienstverband. De werkgever is op grond van goed werkgeverschap verplicht mee te werken aan beëindiging van de arbeidsovereenkomst met toekenning van een transitievergoeding van €19.946,48 bruto.
De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van deze vergoeding, een bruto/netto specificatie, buitengerechtelijke kosten en proceskosten. Tevens wordt een dwangsom opgelegd bij niet-naleving van de veroordeling tot medewerking aan beëindiging en het verstrekken van de specificatie.