Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 15 mei 2023 in de zaak tussen
[bedrijfsnaam] Teelt B.V., uit [plaatsnaam] , eiseres (hierna: [bedrijfsnaam] )
Rechtbank Oost-Brabant
De rechtbank Oost-Brabant heeft op 15 mei 2023 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin een champignonkwekerij beroep instelde tegen een bestuurlijke boete opgelegd door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De boete van in totaal €8.775,- werd opgelegd wegens het niet bemonsteren van 65 vrachten champost, een overtreding van artikel 77, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet.
De minister had de boete vastgesteld op basis van een boetebedrag van €300 per overtreding, met toepassing van matigingsbeleid en termijnvermindering. De champignonkwekerij erkende de overtredingen niet te bestrijden, maar voerde aan dat zij geen verwijt treft omdat zij handelde in vertrouwen op een geregistreerde intermediair die verantwoordelijk zou zijn voor naleving van de bemonsteringsplicht.
De rechtbank oordeelde dat de champignonkwekerij zelf verantwoordelijk is voor het naleven van de gebruiksnormen en het controleren of bemonstering vereist is. Het beroep op afwezigheid van alle schuld (AVAS) faalde omdat de onderneming de beoordeling aan de intermediair had overgelaten. Ook het argument dat het milieu niet was geschaad werd verworpen; het belang van administratieve verantwoording in de mestketen is essentieel voor transparantie en controle.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak bevestigt het belang van eigen verantwoordelijkheid bij naleving van milieuregels en de noodzaak van administratieve transparantie in de meststoffenketen.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boete wegens niet-bemonsteren van mestvrachten wordt ongegrond verklaard en de boete van €8.775,- bevestigd.