ECLI:NL:CBB:2022:190
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Boete wegens overschrijding fosfaatgebruiksnorm en onjuiste VDM-gegevens bevestigd
Appellante, een akkerbouwbedrijf, werd door de minister beboet wegens overschrijding van de fosfaatgebruiksnorm in 2015. De boete was gebaseerd op het oordeel dat zes vrachten meststoffen (VDM’s) valselijk waren opgegeven en niet daadwerkelijk waren afgevoerd. Appellante voerde aan dat de vrachten wel waren afgevoerd en dat de minister onvoldoende bewijs had geleverd. Ook stelde zij dat de minister het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel had geschonden.
Het College oordeelde dat de minister overtuigend had aangetoond dat de vrachten niet met de vermelde vrachtwagens waren vervoerd en dat de VDM’s onjuist waren ingevuld. De verklaringen en facturen van appellante boden onvoldoende bewijs. Tevens werd appellante verweten dat zij had nagelaten de juistheid van de VDM-gegevens te controleren.
Verder verwierp het College het beroep op een interne beleidsmarge voor geringe overschrijding van de norm. Het oordeel van de minister was zorgvuldig en voldoende gemotiveerd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boete wegens overschrijding van de fosfaatgebruiksnorm wordt bevestigd.