[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] vorderen in reconventie:
I. de curator te gebieden om de op 3 januari 2022 ten laste van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] gelegde
conservatoire beslagen op te heffen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van
€ 50.000,- per dag of een gedeelte daarvan voor iedere dag of gedeelte daarvan dat
de curator na ommekomst van 24 uur na betekening van het in deze te wijzen vonnis met
nakoming van het gebod in gebreke blijft.
II. te verklaren voor recht dat de door de curator ten laste van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] gelegde conservatoire beslagen onrechtmatig zijn;
III. de curator te veroordelen tot vergoeding van alle door eisers geleden en te lijden schade als gevolg van de door de curator gelegde conservatoire beslagen, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens te wet, te vermeerderen met de wettelijke rente;
IV. de curator te veroordelen in de proceskosten conform het liquidatietarief, te
vermeerderen met de voor de tenuitvoerlegging van het vonnis te maken nakosten, en te
bepalen dat de curator de wettelijke rente over de proceskosten verschuldigd is, indien
deze niet binnen 14 dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis aan [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zijn voldaan.