ECLI:NL:RBOBR:2023:3091
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onrechtmatige vordering identiteitsbewijs bij vreedzame demonstratie
Op 14 december 2020 vond een kleinschalige demonstratie plaats bij een bedrijf in Boxtel, waarbij vier personen op vreedzame wijze een ludieke actie uitvoerden. De politie vorderde het identiteitsbewijs van verdachte, die dit niet overhandigde. Verdachte werd vervolgd wegens het niet voldoen aan de identificatieplicht.
Tijdens de terechtzitting op 29 maart 2023 stelde de kantonrechter vast dat er geen sprake was van een verstoring van de openbare orde of een verdenking van enig strafbaar feit. De demonstratie was aangekondigd en verliep gemoedelijk, hetgeen ook werd bevestigd door videobestanden aangeleverd door verdachte. De kantonrechter overwoog dat het vorderen van het identiteitsbewijs slechts is toegestaan indien dit noodzakelijk is voor de redelijke taakuitoefening van de politie, wat in deze situatie niet het geval was.
De kantonrechter verwierp het preliminaire verweer van niet-ontvankelijkheid, maar achtte het ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen. De eerder uitgevaardigde strafbeschikking werd vernietigd en verdachte werd vrijgesproken. De uitspraak sluit aan bij een vergelijkbare zaak (ECLI:NL:RBNHO:2021:12695) waarin eveneens werd geoordeeld dat het vorderen van identiteitsbewijzen bij vreedzame demonstraties niet altijd gerechtvaardigd is.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat het vorderen van zijn identiteitsbewijs niet noodzakelijk was voor de redelijke taakuitoefening van de politie.