Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 juli 2023 in de zaken tussen
[eiseres] , uit [vestigingsplaats] , eiseres
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
Van de zijde van de heffingsambtenaar ziet de rechtbank graag het verweerschrift komen en vooral waar volgens de heffingsambtenaar vermoedelijk de belastingplicht ligt.” De heffingsambtenaar heeft in de vervolgens ingediende verweerschriften als ook in de verweerschriften in deze zaken hier geen uitvoering aan gegeven en is per door hem aangeslagen partij tot een belastingplicht blijven concluderen.
Conclusie en gevolgen
2 juli 2022 worden vernietigd, de rechtbank wijst de zaken terug naar de heffingsambtenaar en draagt hem daarbij op om met inachtneming van wat in deze uitspraak is overwogen opnieuw uitspraak te doen op de bezwaren van eiseres.
€ 837. Voor beide uitspraken op bezwaar betreft het verder telkens 1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837, met wegingsfactor 1. De twee zaken worden als samenhangend gezien (zoals bedoeld in artikel 3 van Pro het Bpb) en daarom aangemerkt als één zaak. Bij minder dan vier zaken geldt daarvoor volgens het Bpb een (vermenigvuldigings)factor van 1.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar van 2 juli 2022;
- wijst de zaken terug naar de heffingsambtenaar en draagt hem op om met inachtneming van wat in deze uitspraak is overwogen opnieuw uitspraak te doen op de bezwaren van eiseres;
- veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van in totaal € 730 aan eiseres moet vergoeden.