ECLI:NL:HR:1996:AA1737
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- C.H.M. Jansen
- Fleers
- Pos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aanslag watertoeristenbelasting wegens onvoldoende bewijs forfaitaire verblijfsduur
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1988 een aanslag watertoeristenbelasting opgelegd door de gemeente Aalsmeer. Na bezwaar en beroep bij het Gerechtshof werd de aanslag gehandhaafd. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en de aanslag zelf, omdat het forfaitaire aantal verblijfsetmalen waarop de aanslag was gebaseerd niet voldoende was onderbouwd.
Het Hof had geoordeeld dat het forfait van 24 etmalen, vermenigvuldigd naar de oppervlakte van het vaartuig, een redelijke schatting vormde van de werkelijke verblijfsduur. Dit oordeel was gebaseerd op een rapport van de ANWB-Vakgroep Waterrecreatie uit 1983, dat geen landelijk onderzoek betrof en geen feitelijke gegevens bevatte over de gemiddelde verblijfsduur in Aalsmeer.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof een onjuiste maatstaf had gehanteerd door te stellen dat een afwijking pas aanzienlijk is bij meer dan 40%, terwijl een afwijking van 25% al significant is. Verder was het rapport onvoldoende als bewijs voor een reële schatting. Omdat het Hoofd van de sector financiën geen ander bewijs had geleverd, was het forfaitaire tarief in strijd met artikel 276 van Pro de Gemeentewet en dus onverbindend.
De Hoge Raad vernietigde de uitspraken van het Hof en het Hoofd, vernietigde de aanslag, en veroordeelde de gemeente tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de aanslag watertoeristenbelasting wegens onvoldoende bewijs van een reële forfaitaire verblijfsduur.