ECLI:NL:RBOBR:2023:4181
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verklaring van recht en proceskostenveroordeling in geschil over restschuld effectenlease
In deze civiele bodemzaak tussen Dexia Nederland B.V. en gedaagde is een geschil over de restschuld van een effectenleaseovereenkomst aan de orde. Na een tussenvonnis waarin werd vastgesteld dat er geen vergunningplichtige advisering heeft plaatsgevonden, bleef onduidelijkheid bestaan over de betaling van de restschuld door gedaagde.
Dexia wijzigde haar eis door te erkennen dat zij geen rekening had gehouden met de door gedaagde verrichte betaling en verzocht om een verklaring van recht onder veroordeling tot betaling van € 718,25 plus rente. Gedaagde stemde in met deze wijziging en stelde dat Dexia in de proceskosten moest worden veroordeeld.
De rechtbank oordeelde dat de gewijzigde eis van Dexia niet werd weersproken en wees deze toe. Dexia werd veroordeeld in de proceskosten omdat zij het ongelijk had gekregen over haar oorspronkelijke stelling dat zij niets verschuldigd zou zijn aan gedaagde. De proceskosten werden vastgesteld op € 660,00 aan salaris en € 132,00 aan nakosten, met uitvoerbaarheid bij voorraad.
Uitkomst: Dexia is veroordeeld tot betaling van € 718,25 met rente en tot vergoeding van de proceskosten.