Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] B.V., gevestigd in [vestigingsplaats] , eiseres
Inleiding
Wat ging aan deze procedure vooraf
Wat vindt het UWV
.
Rechtbank Oost-Brabant
Werknemer, werkzaam als caissière bij eiseres, meldde zich op 1 april 2020 ziek vanwege gezondheidsklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde vast dat werknemer volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt was en kende een WGA-loongerelateerde uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.
Eiseres betwistte de zorgvuldigheid en motivatie van het medische onderzoek door de verzekeringsarts B&B, onder meer omdat deze geen spreekuuronderzoek had verricht en onvoldoende rekening zou hebben gehouden met eerdere medische rapporten en prognoses. Ook stelde eiseres dat de beperkingen duurzaam moesten worden geacht, zodat een IVA-uitkering passend zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, dat de verzekeringsarts B&B zijn oordeel goed had gemotiveerd en dat het ontbreken van aanvullend onderzoek bij behandelaars niet onzorgvuldig was. De rechtbank volgde het UWV in de conclusie dat de beperkingen niet duurzaam waren, mede gelet op het nieuwe ziektebeeld en het ontbreken van een gefundeerde prognose.
Daarmee was de toekenning van de WGA-uitkering terecht en werd het beroep van eiseres ongegrond verklaard. Eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter A.M.L.E. Ides Peeters op 24 augustus 2023.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het UWV-besluit tot toekenning van een WGA-uitkering blijft in stand.