Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een WIA-uitkering door het UWV. Het UWV stelde dat zij met haar beperkingen in staat is om diverse functies te verrichten die haar inkomen niet lager maken dan voorheen, waardoor haar arbeidsongeschiktheid op 0% wordt vastgesteld.
Eiseres voerde aan dat onvoldoende rekening is gehouden met haar beperkingen, waaronder een eerdere WSW-indicatie, fysieke klachten en de noodzaak van begeleiding op de werkplek. Zij stelde dat het UWV onzorgvuldig heeft gehandeld en dat de geselecteerde functies niet passend zijn.
De rechtbank oordeelt dat het onderzoek van de verzekeringsartsen zorgvuldig is verricht en dat eiseres voldoende gelegenheid heeft gehad om bewijs aan te dragen. De eerdere WSW-indicatie uit 2013 weegt niet zwaar bij de WIA-beoordeling in 2021. De arbeidsdeskundige hoefde geen rekening te houden met beschut werk of begeleiding, en de geselecteerde functies zijn passend.
Daarom is het besluit van het UWV om de WIA-uitkering af te wijzen terecht. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen uitkering of proceskostenvergoeding.