ECLI:NL:RBOBR:2023:5075
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning Budel-Schoot op €400.000 na beroep
Eiser maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in Budel-Schoot, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €436.000 voor het kalenderjaar 2022. Na een ongegrond verklaard bezwaar stelde eiser beroep in bij de rechtbank Oost-Brabant.
De rechtbank behandelde het beroep op 10 oktober 2023, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet aanwezig waren. De rechtbank wees een verzoek om uitstel af vanwege tijdige kennisgeving van de zittingsdatum en het ontbreken van een gewichtige reden. Tevens werden het verweerschrift en de beroepenmatrix van de heffingsambtenaar buiten beschouwing gelaten wegens te late indiening en schending van de goede procesorde.
De rechtbank beoordeelde de waarde van de woning op de waardepeildatum 1 januari 2021. De heffingsambtenaar kon onvoldoende onderbouwen dat de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog was, mede omdat de waarde-opbouw niet was gebaseerd op verkoopprijzen van vergelijkingsobjecten maar op WOZ-waarden. Eiser had zijn lagere waarde niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank stelde de waarde schattenderwijs vast op €400.000.
De aanslag onroerendezaakbelastingen werd overeenkomstig deze waarde verminderd. De rechtbank veroordeelde de heffingsambtenaar tot vergoeding van de proceskosten van €1.557,26 en het betaalde griffierecht van €50 aan eiser. De uitspraak vervangt de vernietigde uitspraak op bezwaar.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op €400.000 en de aanslag OZB wordt overeenkomstig verminderd.