ECLI:NL:RBOBR:2023:5077
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning en vermindering aanslag OZB na beroep
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €331.000 voor het kalenderjaar 2022. De rechtbank heeft het beroep behandeld waarbij eiser en zijn gemachtigde niet aanwezig waren, nadat een verzoek om uitstel was afgewezen.
De rechtbank heeft het verweerschrift en de beroepenmatrix van de heffingsambtenaar buiten beschouwing gelaten vanwege te late indiening en schending van het beginsel van gelijkwaardigheid van partijen. Tevens ontbrak het taxatieverslag, waardoor de heffingsambtenaar niet aan zijn verplichtingen volgens artikel 8:42 Awb Pro heeft voldaan.
De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar niet heeft bewezen dat de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog is. Eiser heeft zijn standpunt onvoldoende onderbouwd, mede omdat het eigen verkoopcijfer als familietransactie niet bruikbaar is. De rechtbank stelt de waarde daarom schattenderwijs vast op €290.000 en vermindert de aanslag OZB overeenkomstig.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van €1.429 en het griffierecht van €50. Deze uitspraak treedt in de plaats van de vernietigde uitspraak op bezwaar.
Uitkomst: De WOZ-waarde wordt vastgesteld op €290.000 en de aanslag OZB wordt overeenkomstig verminderd.