ECLI:NL:RBOBR:2023:5737
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde bedrijfsobject op industrieterrein
Eiseres maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een bedrijfsobject, gelegen op een industrieterrein, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op € 2.646.000 per 1 januari 2021. De heffingsambtenaar onderbouwde deze waarde met een taxatierapport van juni 2023, waarin de vergelijkingsmethode werd gehanteerd. Eiseres stelde een lagere waarde voor op basis van eigen huurcijfers en voerde aan dat de gehanteerde huurwaarde te hoog was.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de vastgestelde waarde niet te hoog is. De vergelijkingsmethode is geschikt en de gebruikte vergelijkingsobjecten zijn voldoende vergelijkbaar met het bedrijfsobject. Nieuwe tijdens de zitting ingebracht standpunten van eiseres werden buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde.
De rechtbank wees ook de bezwaren van eiseres over de gehanteerde KOUDV-factoren, verschillen in bouwjaar en bestemmingsplan af, omdat deze onvoldoende onderbouwd waren of niet weersproken werden. De waarde van € 2.646.000 blijft gehandhaafd, en eiseres krijgt geen terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 2.646.000 wordt ongegrond verklaard en de waarde blijft gehandhaafd.