ECLI:NL:RBOBR:2023:5743
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening studiefinanciering en bestuurlijke boete wegens niet-wonen op BRP-adres
Eiseres volgde een mbo-opleiding en stond ingeschreven op het adres van haar zus in de Basisregistratie Personen (BRP). De minister herzag haar studiefinanciering van uitwonend naar thuiswonend en vorderde een bedrag van €1.104,20 terug, daarnaast werd een bestuurlijke boete van €552,10 opgelegd wegens het niet voldoen aan de woonverplichting. De minister voerde aan dat uit een huisbezoek bleek dat eiseres niet daadwerkelijk op het BRP-adres woonde.
Tijdens het huisbezoek was eiseres niet aanwezig en werden geen persoonlijke bezittingen aangetroffen die haar verblijf op het adres konden bevestigen. Hoewel de zus van eiseres verklaarde dat zij op de zolderkamer woonde, ontbraken onder meer studiematerialen, onderkleding en bedrijfskleding. Eiseres leverde geen overtuigend tegenbewijs, zoals bewijsstukken van haar school of bewijs van woonadres, ondanks de mogelijkheid daartoe.
De rechtbank oordeelde dat de minister aannemelijk had gemaakt dat eiseres niet op het BRP-adres woonde en dat het vermoeden dat dit ook in de voorafgaande periode zo was, niet was weerlegd. De herziening van de studiefinanciering, de terugvordering en de boete werden daarom terecht opgelegd. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de herziening, terugvordering en boete worden bevestigd.