ECLI:NL:CRVB:2020:668
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Brand
- T. Avedissian
- A.T. Marseille
- Rechtspraak.nl
Herziening studiefinanciering wegens niet-wonen op BRP-adres deels vernietigd
Betrokkene ontving studiefinanciering als uitwonende student vanaf juli 2013. De minister herzag dit besluit op basis van onderzoeken in 2015 en 2016, waarbij werd geconcludeerd dat betrokkene niet op het BRP-adres woonde, en vorderde teveel betaalde studiefinanciering terug.
De rechtbank vernietigde de herziening voor de periode juli 2013 tot april 2016, omdat het bewijs voor niet-wonen onvoldoende was voor die periode. De minister ging in hoger beroep tegen dit oordeel, terwijl betrokkene het standpunt van de rechtbank betwistte.
De Raad oordeelde dat het bewijs van het huisbezoek in september 2016 voldoende was om aan te nemen dat betrokkene toen niet op het BRP-adres woonde. Echter, omdat een eerder onderzoek in september 2015 dit niet aannemelijk maakte, mag het wettelijk vermoeden van niet-wonen slechts worden toegepast vanaf 24 september 2015. Voor de periode daarvoor is onvoldoende bewijs geleverd, waardoor de herziening en terugvordering over juli 2013 tot oktober 2015 niet rechtmatig zijn.
De Raad vernietigde daarom het besluit voor die periode en bevestigde de rechtmatigheid van de herziening vanaf oktober 2015. Ook werd het beroep van betrokkene deels gegrond verklaard en het bestreden besluit voor dat deel herroepen.
Uitkomst: De herziening en terugvordering van studiefinanciering over juli 2013 tot oktober 2015 worden vernietigd, de herziening vanaf oktober 2015 wordt bevestigd.