ECLI:NL:RBOBR:2023:6091
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond: aanvullende beperking afleiding door langslopende mensen noodzakelijk bij WIA-uitkering
Eiseres heeft een WIA-uitkering aangevraagd, welke door het UWV is afgewezen op grond van een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 35%. De rechtbank beoordeelt het beroep tegen deze afwijzing en stelt vast dat het UWV onvoldoende rekening heeft gehouden met de beperkingen van eiseres, met name op het aspect 1.8.1 (afleiding door anderen).
De verzekeringsarts Bezwaar en Beroep (B&B) erkent dat afleiding door auditieve prikkels en lawaai een beperking vormt, maar heeft deze niet volledig in de functionele mogelijkhedenlijst (FML) opgenomen. De rechtbank volgt het standpunt van eiseres en haar verzekeringsarts Sheikkariem dat ook afleiding door langslopende mensen een aanvullende beperking vereist, omdat dit een andere belasting is dan bijvoorbeeld autorijden.
De arbeidsdeskundige B&B heeft de functie van productiemedewerker industrie onvoldoende passend geacht vanwege de afleiding door langslopende collega’s, terwijl de functie van medewerker backoffice wel passend is. Door het vervallen van deze functie blijft onvoldoende passend werk over om het arbeidsongeschiktheidspercentage juist vast te stellen.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, draagt het UWV op een nieuwe beoordeling te maken met inachtneming van de aanvullende beperkingen, en veroordeelt het UWV tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van eiseres.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit van het UWV wordt vernietigd.