De heffingsambtenaar stelde met een beschikking de WOZ-waarde van een woning vast en vroeg eiser om aanvullende informatie over de woning. Nadat eiser niet volledig aan het verzoek voldeed, werd een informatiebeschikking opgelegd. Eiser maakte bezwaar tegen deze beschikking en stelde dat de informatiebeschikking onrechtmatig was en in strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar ook in de bezwaarfase bevoegd is om een informatiebeschikking te nemen als eiser niet voldoet aan een verzoek om informatie. De rechtbank stelt vast dat eiser pas na het opleggen van de informatiebeschikking gedeeltelijk aan het verzoek voldeed, wat onvoldoende is. Daarnaast is geen sprake van schending van het rechtszekerheidsbeginsel of het evenredigheidsbeginsel.
Het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen omdat de termijn van bezwaar- en beroepsfase minder dan twee jaar bedroeg. De rechtbank stelt eiser een termijn van vier weken om alsnog aan de informatieplicht te voldoen, specifiek met betrekking tot foto’s van het dak.