ECLI:NL:RBOBR:2024:1573
Rechtbank Oost-Brabant
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde vrijstaande woning met vergelijkingsmethode bevestigd
Eisers, eigenaren van een vrijstaande woning met diverse bijgebouwen en een groot perceel, betwisten de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde per 1 januari 2021 van €308.000. Na handhaving van deze waarde bij bezwaar, stellen eisers beroep in bij de rechtbank.
De heffingsambtenaar onderbouwt de waarde met een taxatierapport en vier vergelijkingsobjecten, waarbij rekening is gehouden met relevante verschillen zoals bouwjaar en gebruiksoppervlakte. De rechtbank oordeelt dat de vergelijkingsmethode juist is toegepast en dat het uitgangspunt van minimaal drie vergelijkingsobjecten niet onjuist is.
Eisers voeren aan dat onvoldoende rekening is gehouden met de toestand en ligging van de woning, waaronder nabijheid van overlastgevende bedrijven en een ondoelmatig perceel. De rechtbank stelt dat de taxateur voldoende inzichtelijk heeft gemaakt dat deze factoren zijn meegenomen en dat de heffingsambtenaar terecht geen extra correcties toepast.
Ook het verschil tussen de WOZ-waarde en de hogere taxatiewaarde in het kader van de nalatenschapsverdeling leidt niet tot twijfel over de juistheid van de vastgestelde waarde. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €308.000 wordt ongegrond verklaard.