ECLI:NL:RBOBR:2024:214
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Elshout
Eiser betwistte de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning in Elshout, vastgesteld op €265.000 voor het kalenderjaar 2022. De heffingsambtenaar handhaafde deze waarde na bezwaar en verwees naar een waardematrix met drie vergelijkingsobjecten.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is. De gebruikte vergelijkingsobjecten zijn voldoende vergelijkbaar en correct gecorrigeerd voor verschillen zoals bouwjaar en inhoud. Het argument van eiser dat een van de vergelijkingsobjecten buiten beschouwing moet blijven, werd verworpen omdat er geen reden is om af te wijken van de gebruikelijke drie vergelijkingsobjecten.
Ook het standpunt van eiser dat hoekwoningen waardeverhogend zijn, werd niet gevolgd. De heffingsambtenaar toonde aan dat de specifieke kenmerken van de hoekwoningen in dit geval niet gunstig zijn. Daarnaast was er geen bewijs dat het perceel ondoelmatig is. De door eiser voorgestelde lagere waarde van €247.000 was onvoldoende onderbouwd. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €265.000 wordt ongegrond verklaard.