ECLI:NL:RBOBR:2024:2631
Rechtbank Oost-Brabant
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdig beslissen studiefinanciering na alsnog besluit
Eiser verzocht op 29 september 2022 om herziening van een studiefinancieringsbesluit van 3 augustus 2022. Omdat de minister niet tijdig besliste, stelde eiser op 28 mei 2023 beroep in tegen het niet tijdig beslissen. De minister nam op 17 juli 2023 alsnog een besluit op het herzieningsverzoek.
Tijdens de procedure stuurde eiser twee brieven over de inhoud van dat besluit, die de rechtbank in overleg met partijen doorgaf aan de minister om als aanvullend bezwaarschrift te behandelen. Hierdoor was het besluit van 17 juli 2023 niet langer onderwerp van het beroep, dat alleen nog betrekking had op het niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens gebrek aan procesbelang, omdat het feitelijk belang van eiser is komen te vervallen door het alsnog genomen besluit. De minister had bovendien een dwangsom toegekend en het griffierecht toegezegd te vergoeden.
Hoewel de gemachtigde van eiser op de zitting verscheen, zag de rechtbank af van proceskostenvergoeding omdat de zitting niet nodig was en alleen diende om zaken te bespreken die niet relevant waren voor het beroep. De uitspraak werd mondeling gegeven op 17 juni 2024, waarna het proces-verbaal aan partijen werd toegezonden.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het studiefinancieringsherzieningsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.