ECLI:NL:RBOBR:2024:3053
Rechtbank Oost-Brabant
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen naheffingsaanslagen parkeerbelasting ondanks parkeervergunning en leenauto
Eiser beschikte over een parkeervergunning voor zijn eigen auto en gebruikte tijdens reparaties twee leenauto's. Hij registreerde de eerste leenauto correct op zijn vergunning, maar bij terugregistratie van zijn eigen auto ging iets mis, waardoor twee naheffingsaanslagen parkeerbelasting werden opgelegd.
De rechtbank constateerde dat de parkeerbelasting een objectieve belasting betreft, waarbij geen ruimte is voor persoonlijke omstandigheden, tenzij sprake is van overmacht. Eiser gaf aan dat er geen sprake was van een nood- of spoedeisende situatie die hem verhinderde te betalen.
Hoewel prejudiciële vragen aan de Hoge Raad zijn gesteld over de bevoegdheid van de belastingrechter om maatwerk toe te passen bij naheffingskosten, wenste eiser geen afwachting van deze beantwoording. De rechtbank handhaafde de naheffingsaanslagen en verklaarde het beroep ongegrond.
Partijen werd gewezen op het recht om binnen zes weken hoger beroep in te stellen bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch. De uitspraak werd mondeling gedaan op 9 april 2024 door rechter A.F. Vink.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de naheffingsaanslagen parkeerbelasting is ongegrond verklaard.