ECLI:NL:RBOBR:2024:3062
Rechtbank Oost-Brabant
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde vrijstaande woning met vergelijkingsmethode
Eiser is eigenaar van een vrijstaande woning uit 1997 met een grondoppervlakte van 726 m². De heffingsambtenaar heeft de WOZ-waarde per 1 januari 2021 vastgesteld op € 513.000, welke is gehandhaafd na bezwaar. Eiser stelde beroep in tegen deze vaststelling.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De waardering is gebaseerd op een taxatierapport en drie vergelijkingsobjecten die voldoende vergelijkbaar zijn, waarbij waarderelevante verschillen inzichtelijk zijn gecorrigeerd en de transactiecijfers zijn geïndexeerd.
Eiser voerde onder meer aan dat de voorzieningen verouderd zijn en dat de ligging van een vergelijkingsobject onvoldoende is meegewogen. De rechtbank volgt dit niet, omdat taxatietechnische waarderingen aan deskundigen zijn en subjectieve elementen niet in de waardering kunnen worden betrokken. Daarnaast is de grondwaarde aangepast met een lagere grondstaffel voor een minder voorzieningrijke kern.
Ook klachten over onvoldoende informatieverstrekking over indexering en motivering van de uitspraak op bezwaar worden verworpen. Eventuele motiveringsgebreken kunnen in beroep worden hersteld en eiser is niet in zijn procesbelangen geschaad. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 513.000 wordt ongegrond verklaard.