Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
Aanhoudingsverzoek ten behoeve van feitenonderzoek Encrochat
De formele voorvragen.
Nietigheid van de dagvaarding (feit 1).
Inleiding.
Bewijsoverwegingen.
Kennisgeving op grond van de EOB-richtlijn?
met uitzondering van het instellen van een gemeenschappelijk onderzoeksteam en de bewijsgaring in het kader van een dergelijk onderzoeksteam. Nu van dat laatste al in aanloop naar de interceptie sprake was, valt naar het oordeel van de rechtbank niet in te zien dat sprake was van een situatie waarin een EOB vereist was. Dat maakt dat de EOB-richtlijn niet van toepassing is op de verkrijging van de EncroChat-data en dat dus geen notificatie op basis van die richtlijn hoefde te worden verzonden. De rechtbank verwijst in dit verband ook naar het recente vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 18 juli 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:3374.
Bijzondere opsporingsbevoegdheden
De organisatie en het oogmerk
De deelnemers
De duurzaamheid (periode)
De bewezenverklaring.
641,01kilogram hennep en
18,10kilo hasjiesj,