Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 30 juli 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
Samenvatting
De beoordeling door de rechtbank
Totstandkoming van het besluit
16 januari 2023.
De beoordeling
[naam] onvindbaar is. Dit testament kan worden opgevraagd bij [naam] of de notaris die het testament heeft opgesteld. Maar wat eiseres betreft heeft het overleggen van het testament van [naam] geen meerwaarde, omdat de tekst van deze akte niet anders is dan het testament van [naam] . Verder voert eiseres aan dat informele schulden volgens artikel 4.1, derde lid, sub b, van de Wht voor overname in aanmerking komen, mits die zijn vastgelegd in een notariële akte. Volgens eiseres blijkt uit de wettekst niet dat uit de tekst van de notariële akte moet blijken van betalingsafspraken of een achterstand. Eiseres wijst er op dat in artikel 4.1, vierde lid, onder b, van de Wht is neergelegd dat sprake moet zijn van een achterstand. De resterende hoofdsom van leningen wordt niet overgenomen, tenzij die vanwege betalingsachterstanden opeisbaar zijn geworden. Eiseres stelt dat uit de wettekst niet is op te maken dat ook het antwoord op de vraag of er een achterstand is, moet blijken uit de notariële akte. Eiseres meent dat zij uitvoerig heeft aangetoond dat er concrete betalingsafspraken zijn en dat er een opeisbare vordering is. Zij heeft een leenovereenkomst met haar vader overgelegd waaruit de terugbetalingsverplichting blijkt en een verklaring van de notaris dat de geldlening bestaat. Voor zover de rechtbank zou oordelen dat de schuld aan [naam] niet voldoet aan de vereisten, voortkomende uit artikel 4.1, van de Wht, beroept eiseres zich op de hardheidsclausule in artikel 9.1, van de Wht. Eiseres stelt dat zij met meerdere stukken heeft aangetoond dat er sprake is van een lening met een terugbetalingsverplichting. Deze schuld komt voort uit de schulden die zijn ontstaan doordat eiseres en haar partner gedupeerden zijn van de toeslagenaffaire. Gezien het voorgaande acht eiseres voldoende gronden aanwezig om alsnog de schuld over te nemen.
De regeling van de overname van private schulden
Notariële akte
“Alleen op
1 juni 2021 openstaande betalingsachterstanden op geldschulden worden overgenomen, niet de toekomstige termijnen. Het is namelijk niet het doel om ouders volledig te vrijwaren van betalingsverplichtingen. Het gaat om schulden die voortvloeien uit een privaatrechtelijke vordering tot betaling van een geldschuld van een schuldeiser, voor
zo ver deze opeisbaar waren voor 1 juni 2021”.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
Informatie over hoger beroep
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
a. Onze Minister afwijken van artikel 2.15, 3.13, 4.1, 4.2 of 4.3;
b. het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in Hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, afwijken van artikel 3.6;
c. de Sociale verzekeringsbank, genoemd in Hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, afwijken van artikel 3.7;
d. het college van burgemeester en wethouders afwijken van artikel 3.8 of 2.21;
e. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid afwijken van artikel 3.9;
f. het CAK, bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg, van artikel 3.10 afwijken;
g. de Wlz-uitvoerder, bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg, van artikel 3.11 afwijken; en
h. het college, bedoeld in de artikelen 1.1 van de Jeugdwet en 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, van artikel 3.12 afwijken.