Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
2.Waar gaat het over?
- [minderjarige 1], geboren op [datum];
- [minderjarige 2], geboren op [datum].
Rechtbank Oost-Brabant
De vader en moeder zijn ouders van twee minderjarige kinderen en hebben een ouderschapsplan met kinderalimentatie vastgesteld. De vader verzoekt de kinderalimentatie vanaf februari 2023 of september 2023 op nihil te stellen vanwege een hoge schuldenlast en zijn toelating tot gemeentelijke schuldhulpverlening.
De moeder verzet zich tegen het verzoek en stelt dat de vader draagkracht heeft en dat de schuldhulpverlening niet gelijkgesteld kan worden met WSNP. De rechtbank oordeelt dat de vader een schuldenlast van ruim €94.000 heeft en dat het gemeentelijke schuldhulpverleningstraject niet zonder meer gelijk is aan WSNP, maar dat de vader voldoende heeft onderbouwd dat hij geen draagkracht heeft voor kinderalimentatie.
De rechtbank stelt de kinderalimentatie met ingang van de datum van de beschikking op nihil voor de duur van de schuldsanering, omdat het slagen van het traject in het belang is van de kinderen. Na afloop van het traject herleeft de oorspronkelijke alimentatie. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank stelt de kinderalimentatie vanaf 6 augustus 2024 op nihil voor de duur van de schuldsanering.