De minister legde een veehouder een bestuurlijke boete van €66.870,60 op wegens overtreding van de Meststoffenwet in 2018. De veehouder gebruikte voor de mestproductieberekening de bedrijfsspecifieke excretie (BEX), maar de NVWA vond deze berekening onbetrouwbaar na controle. De minister nam deze bevindingen over en handhaafde de boete.
De veehouder voerde aan dat de minister onterecht de BEX-berekening buiten beschouwing liet, met name over het aantal balen kuilgras en beweiding. De rechtbank oordeelde dat de veehouder een onjuiste en onvolledige lezing gaf van de ministeriële motieven en dat ook andere NVWA-bevindingen, zoals over beginvoorraden, fosforgehalte en rantsoensamenstelling, de betrouwbaarheid van de BEX-berekening ondermijnden.
De rechtbank stelde vast dat de veehouder onvoldoende bewijs leverde voor de juistheid van de BEX-berekening en dat de minister terecht niet van deze berekening is uitgegaan. Ook de matiging van de boete werd afgewezen omdat de veehouder zich onvoldoende had geïnformeerd over de verplichtingen van de BEX-methodiek. Het beroep werd ongegrond verklaard.