Eiseres kreeg een bestuurlijke boete opgelegd van €23.625,- wegens een arbeidsongeval waarbij een werknemer werd geraakt door stalen platen die losraakten van een arbeidsmiddel. De minister baseerde de boete op vermeende overtredingen van artikel 7.4, derde en vierde lid, en artikel 3.17 van het Arbobesluit.
De rechtbank oordeelt dat de minister ten onrechte elementen uit verschillende artikelen tot één norm heeft samengevoegd die niet in het Arbobesluit staat. Artikel 7.4, derde lid, ziet op deugdelijkheid van het arbeidsmiddel zelf en niet op de lading ervan. De stalen platen vielen echter van het arbeidsmiddel af, waardoor deze norm niet van toepassing is. Ook artikel 7.4, vierde lid, en de verwijzing naar artikel 3.17 zijn volgens de rechtbank niet van toepassing op de situatie.
De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit en herroept het primaire boetebesluit. Tevens oordeelt zij dat de minister geen nieuwe boete kan opleggen wegens het ne bis in idem-beginsel. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en terugbetaling van het griffierecht.