ECLI:NL:RBOBR:2024:4327
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning WIA-uitkering na intrekking beroep en proceskostenvergoeding
De rechtbank Oost-Brabant behandelde een bestuursrechtelijke zaak over de afwijzing van een WIA-uitkering na 104 weken ziekte. Na een mondelinge tussenuitspraak heeft het UWV een gewijzigde beslissing genomen waarbij verzoeker met ingang van 26 november 2022 recht kreeg op een WIA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidsgraad van 80-100%.
Naar aanleiding van deze gewijzigde beslissing trok verzoeker het beroep in en verzocht de rechtbank het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De rechtbank heeft zonder zitting uitspraak gedaan op dit verzoek.
De rechtbank veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten, waaronder een forfaitaire vergoeding voor de door een derde verleende rechtsbijstand, aangezien het UWV al een vergoeding voor de bezwaarfase had toegekend. Daarnaast werden de kosten voor medische expertise gemaximeerd conform het Besluit tarieven in strafzaken 2003. Administratieve kosten werden niet vergoed. Het griffierecht dient door het UWV te worden vergoed op verzoek van verzoeker.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en medische expertisekosten na toekenning van de WIA-uitkering.