ECLI:NL:RBOBR:2024:4346
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde vrijstaande woonboerderij ongegrond verklaard
Eiser is eigenaar van een vrijstaande woonboerderij uit 1880 met een grondoppervlakte van 346 m². De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde voor het kalenderjaar 2023 vast op € 376.000 en handhaafde deze waarde na bezwaar. Eiser stelde beroep in tegen deze vaststelling.
De rechtbank beoordeelde dat de heffingsambtenaar de waarde heeft onderbouwd met een waardematrix waarin de vergelijkingsmethode is toegepast. Hierbij zijn vier vergelijkingsobjecten gebruikt, waarvan de laagste m²-prijs als basis is genomen. De rechtbank vond dat de door eiser aangevoerde bezwaren tegen de bruikbaarheid van bepaalde vergelijkingsobjecten niet tot een andere waardering leiden.
Eiser stelde dat onvoldoende rekening is gehouden met de staat van onderhoud en de ligging van de woning, waaronder nabijheid van een hoogspanningsmast en stankoverlast. De rechtbank oordeelde dat de taxateur de woning als gemiddeld heeft gewaardeerd en dat de vergelijkingsobjecten over het algemeen in een betere staat verkeren. De door eiser genoemde gebreken waren niet concreet onderbouwd. Ook de ligging is volgens de rechtbank adequaat meegenomen in de waardering.
Verder wees de rechtbank de stellingen van eiser over een mogelijke schending van artikel 40 Wet Pro WOZ en de proceskosten af, omdat deze pas laat in de procedure naar voren zijn gebracht en niet kenbaar waren bij het instellen van het beroep. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees teruggaaf van griffierecht en proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 376.000 wordt ongegrond verklaard.