ECLI:NL:RBOBR:2024:3149
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning met vergelijkingsmethode en gegevensverstrekking
Eiser is eigenaar van een woning die voor de WOZ-waarde per 1 januari 2022 is vastgesteld op €297.000. De heffingsambtenaar baseerde deze waarde op een taxatie en drie vergelijkingsobjecten, waarbij verschillen in bouwjaar, oppervlakte en onderhoud zijn gecorrigeerd.
Eiser betwistte de waardering, onder meer vanwege een oudere keuken, een gedateerde badkamer, scheurvorming en achterstallig onderhoud. De rechtbank oordeelt dat de taxateur deze aspecten voldoende heeft meegenomen en dat de vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar zijn. Tevens is het uitgangspunt van minimaal drie vergelijkingsobjecten niet onjuist.
Verder klaagde eiser over onvoldoende gegevensverstrekking volgens artikel 40 Wet Pro WOZ. De rechtbank volgt de heffingsambtenaar dat de gevraagde gegevens niet onder deze verplichting vallen en dat het informatiegebrek niet doorslaggevend was voor het instellen van beroep.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling wordt afgewezen. Partijen is gewezen op het recht tot hoger beroep binnen zes weken na verzending van het proces-verbaal.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard.