ECLI:NL:RBOBR:2024:4347

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
5 juli 2024
Publicatiedatum
17 september 2024
Zaaknummer
C/01/406132 / JE RK 24-969
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.3 Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening spoedmachtiging gesloten jeugdhulp ondanks ontbreken spoedelement

Het college van burgemeester en wethouders verzocht op 5 juli 2024 een spoedmachtiging voor gesloten jeugdhulp voor [A], een jeugdige met ernstige gedragsproblemen en een vermoedelijke autismespectrumstoornis. [A] vertoont suïcidale uitingen, automutilatie en emotieregulatieproblematiek, en is recentelijk meerdere keren weggelopen uit zorginstellingen, wat levensbedreigende situaties veroorzaakte.

Hoewel de gedragswetenschapper geen spoedelement zag en adviseerde een regulier verzoek met versnelde procedure in te dienen, oordeelde de kinderrechter dat het niet afwachten van een machtiging direct en ernstig gevaar voor [A] oplevert. De ouders stemden in met het verzoek en er zijn geen minder ingrijpende alternatieven beschikbaar.

De kinderrechter verleende daarom de spoedmachtiging voor vier weken, met het doel stabilisatie en veiligheid te bieden, en hield de verdere behandeling aan voor een mondelinge zitting. Het college wordt geacht rekening te houden met het advies over een passende behandelplek met kennis van autisme en suïcide.

De beschikking is op 5 juli 2024 uitgesproken door kinderrechter S.P.A. Wensink-Vergunst, met mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.

Uitkomst: De kinderrechter verleent een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp voor vier weken vanwege direct en ernstig gevaar voor de jeugdige.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/01/406132 / JE RK 24-969
Datum uitspraak: 5 juli 2024
Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
het
COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERSvan de
GEMEENTE [plaats] ,hierna te noemen: het college,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [A] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam],
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de moeder,
[naam],
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de vader.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoek met bijlage(n) van het college, binnengekomen op 5 juli 2024;
- de instemmende verklaring van de gekwalificeerde gedragswetenschapper van 5 juli 2024.
1.2.
Aan [A] is mr. M.J. van de Laar als advocaat toegevoegd.

2.De feiten

2.1.
De ouders hebben gezamenlijk het gezag over [A] .
2.2.
[A] verbleef vanaf mei 2024 op de [groep] in [plaats] . Sinds [datum] woont [A] weer bij zijn moeder.

3.Het verzoek

3.1.
Het college verzoekt een spoedmachtiging om [A] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van vier weken.
3.2.
Daarnaast is verzocht om aansluitend een machtiging te verlenen voor verblijf in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden.

4.De beoordeling

4.1.
De kinderrechter kan een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp verlenen als een machtiging gesloten jeugdhulp niet kan worden afgewacht. Een spoedmachtiging tot gesloten plaatsing van een jeugdige moet noodzakelijk zijn vanwege (een ernstig vermoeden van) ernstige opgroei- of opvoedproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien moet de spoedmachtiging gesloten jeugdhulp nodig zijn om te voorkomen dat de jeugdige niet meewerkt aan de hulp die hij nodig heeft of om te voorkomen dat anderen ervoor zorgen dat hij deze hulp niet krijgt. Ook moeten er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om de opgroei- en opvoedingsproblemen te behandelen (artikel 6.1.3 Jeugdwet). De kinderrechter vindt dat sprake is van zo’n situatie.
4.2.
Er is sprake van (een ernstig vermoeden van) ernstige opgroei- of opvoedproblemen die de ontwikkeling van [A] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bij [A] is sprake van preverbaal trauma en vermoedelijk een autismespectrumstoornis. Tot april 2023 heeft [A] onderwijs gevolgd maar hij is daarna, ondanks de ingezette één op één begeleiding, uitgevallen door gedragsproblematiek en zijn prikkelverwerking. [A] uit zich sinds meerdere jaren suïcidaal, er is sprake (geweest) van automutilatie en [A] heeft in mei 2024 een suïcidepoging gedaan. Daarnaast is er sprake van emotieregulatie problematiek, waarin [A] zich verbaal en fysiek agressief kan uiten, en slechte zelfzorg.
4.3.
Een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp is noodzakelijk en geschikt om te voorkomen dat [A] niet meewerkt aan de hulp die hij nodig heeft of om te voorkomen dat anderen ervoor zorgen dat hij deze hulp niet krijgt. [A] is de afgelopen maanden zowel bij zijn vader als moeder, school, dagbesteding en vanuit de [groep] meerdere keren weggelopen. De wegloopacties zijn vaak gecombineerd met suïcidale uitingen en/of pogingen, waardoor [A] zich in levensbedreigende situaties heeft begeven. De psychiater van de [groep] heeft ingeschat dat er bij [A] met name sprake is van gedragsproblematiek en niet van psychiatrische problematiek. De verzochte zorgmachtiging is daarom niet afgegeven. Het doel van de gesloten jeugdzorg-setting is dat voorkomen wordt dat [A] in een overspannen toestand wegloopt en zichzelf verwond of een einde aan zijn leven maakt. Bovendien moet de gesloten jeugdzorg-setting stabilisatie en rust creëren zodat er ruimte komt om te onderzoeken welke behandelplek passend is om toe te werken naar behandeling.
4.4.
Ten slotte zijn er geen minder ingrijpende mogelijkheden om bovengenoemde opgroei- en opvoedingsproblemen te behandelen.
4.5.
Een behandeling van de zaak op zitting kan niet worden afgewacht zonder direct en ernstig gevaar voor de jeugdige. [A] is zowel maandag 1 juli als dinsdag 2 juli weggelopen van de groep waar hij verbleef ( [groep] ). Dit heeft ertoe geleid dat [A] niet langer op de groep kan blijven en hij sinds 3 juli 2024 weer bij zijn moeder woont. Gelet op het veelvuldig wegloopgedrag, in combinatie met de levensgevaarlijke situaties waarin [A] zich vervolgens vaak begeeft en de emotieregulatieproblematiek van [A] is een thuisplaatsing echter geen optie. De ouders kunnen op dit moment geen passend pedagogisch en opvoedklimaat bieden voor [A] .
4.6.
De ouders van [A] stemmen in met het verzoek van het college.
4.7.
Ook de gedragswetenschapper die [A] heeft onderzocht vindt de gesloten plaatsing nodig. Wel merkt de gedragswetenschapper daarbij op dat de stabiliteit die beoogd wordt met een plaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp ook erg kwetsbaar is op het moment dat [A] op een plek terecht komt die niet passend is voor hem. De gedragswetenschapper adviseert om te zoeken naar een plek waar meer kennis is van autisme en suïcide, in combinatie met vroegkinderlijk trauma. De gedragswetenschapper verwacht namelijk dat de problematiek van [A] zal verergeren op het moment dat hij op een groep terecht komt waar veelal kinderen met externaliserende problematiek verblijven. De kinderrechter gaat ervan uit dat het college met deze adviezen van de gedragswetenschapper zoveel mogelijk rekening zal houden en een passende plek voor [A] zal zoeken.
4.8.
De gedragswetenschapper benoemt dat zij op dit moment geen spoedelement ziet en zij adviseert het college om een regulier verzoek met versnelde procedure in te dienen en een veiligheidsplan met de ouders op te stellen. Indien nodig kan bij escalatie alsnog een spoedverzoek gedaan worden, aldus de gedragswetenschapper. De kinderrechter begrijpt uit het verzoek van het college dat het college dit advies niet gevolgd heeft, nu er een spoedverzoek is gedaan. Nu de kinderrechter eveneens van oordeel is dat een machtiging gesloten jeugdhulp niet kan worden afgewacht, zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [A] en nu de gedragswetenschapper instemt met een plaatsing van [A] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp, zal de kinderrechter de spoedmachtiging verlenen.
4.9.
De kinderrechter zal de spoedmachtiging gesloten jeugdhulp daarom verlenen voor de duur van vier weken en de beslissing op het verzoek verder aanhouden tot de hierna genoemde zittingsdatum.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
verleent een spoedmachtiging om [A] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 5 juli 2024 tot 2 augustus 2024;
5.2.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en roept het college, de vader, de moeder en [A] en zijn advocaat op te verschijnen tijdens de mondelinge behandeling van de rechtbank Oost-Brabant in het gerechtsgebouw aan Leeghwaterlaan 8 in 's-Hertogenbosch, op [datum] om [tijdstip] uur, om nader op het verzoek te worden gehoord.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 juli 2024 door mr. S.P.A. Wensink-Vergunst, kinderrechter, in aanwezigheid van de griffier, en op schrift gesteld op 5 juli 2024.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
  • door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.