ECLI:NL:RBOBR:2024:4559
Rechtbank Oost-Brabant
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen terugvordering WAZO-uitkering zelfstandige wegens urencriterium
Eiseres, een zelfstandige in de kappersbranche, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om een te hoog toegekende WAZO-uitkering terug te vorderen. Het geschil draait om de periode waarover het aantal gewerkte uren wordt vastgesteld. Eiseres wenst dat het UWV een andere periode hanteert dan wettelijk is voorgeschreven, zodat zij aan de urennorm voldoet en recht heeft op de maximale uitkering.
De rechtbank oordeelt dat de wetgever bewust heeft gekozen voor het (boek)jaar voorafgaand aan het jaar van aanvraag als maatstaf voor de urennorm en dat er geen wettelijke mogelijkheid bestaat om hiervan af te wijken. De hardheidsclausule die het UWV toepast voor de dagloonberekening geldt niet voor de urenopbouwperiode. De rechtbank erkent de impact van de coronacrisis en wijst op de coulanceregeling waarbij voor een deel van 2020 een fictief aantal uren is gehanteerd, maar dit leidt niet tot een ander oordeel.
De rechtbank concludeert dat het UWV terecht heeft gehandeld en dat er geen dringende reden is om van terugvordering af te zien. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Partijen is gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de te veel ontvangen WAZO-uitkering wordt bevestigd.