ECLI:NL:RBOBR:2024:467
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde winkel met gebruik van vergelijkingsmethode bevestigd
Eiseres maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van haar winkel aan een adres in een vestigingsplaats, vastgesteld op €285.000 voor het kalenderjaar 2022. De heffingsambtenaar handhaafde deze waarde na bezwaar, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De vergelijkingsmethode, toegepast in het taxatierapport van taxateur S. Bannink, werd als bruikbaar beoordeeld. Drie vergelijkingsobjecten werden gebruikt, waarbij verschillen in bouwjaar en onderhoud door de rechtbank niet als relevant werden gezien voor een lagere waardering.
Eiseres voerde aan dat de late indiening van het verweerschrift haar benadeelde, maar de rechtbank vond geen schending van de goede procesorde en wees het verzoek tot proceskostenveroordeling af. Ook de invloed van de coronapandemie op de waarde werd door de rechtbank voldoende onderbouwd door de heffingsambtenaar.
Eiseres' eigen waardering van €222.000 was onvoldoende onderbouwd en leidde niet tot twijfel aan de vastgestelde WOZ-waarde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor de WOZ-waarde van €285.000 gehandhaafd blijft en eiseres geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van €285.000 wordt ongegrond verklaard en de waarde blijft gehandhaafd.