ECLI:NL:RBOBR:2024:477
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking subsidievaststelling medisch specialist onterecht wegens onbekendheid eiser met onjuistheid
Eiser, een medisch specialist die na pensionering incidenteel werkzaamheden verrichtte via een overeenkomst van opdracht, ontving een subsidie van €100.000 op grond van de Subsidieregeling overgang integrale tarieven (SOIT). De minister trok later de subsidievaststelling in en vorderde het bedrag terug, stellende dat eiser niet aan de voorwaarden voldeed omdat hij niet op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaam was.
De rechtbank bevestigde dat eiser niet voldeed aan artikel 9 van Pro de SOIT, aangezien hij niet in loondienst was bij een zorgaanbieder, maar oordeelde dat eiser niet wist of behoorde te weten dat de subsidievaststelling onjuist was. Eiser had de minister vooraf geïnformeerd over zijn werkzaamheden en documenten verstrekt, waarna de minister de subsidie vaststelde.
De rechtbank concludeerde dat de minister daardoor niet bevoegd was de subsidievaststelling in te trekken op grond van artikel 4:49 Awb Pro. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen. Eiser hoeft de subsidie niet terug te betalen en de minister werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot intrekking van de subsidievaststelling omdat eiser niet wist of behoorde te weten dat deze onjuist was.