ECLI:NL:RVS:2023:2953
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek kwijtschelding lening inburgeringscursus
Bij besluit van 19 juli 2021 wees de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het verzoek van appellante om kwijtschelding van een lening voor een inburgeringscursus af. Appellante maakte bezwaar, dat bij besluit van 22 september 2021 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze besluiten eveneens ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State deze uitspraak.
De Afdeling overwoog dat de wet inburgering en de daarbij behorende regelingen voorzien in de mogelijkheid tot kwijtschelding van de lening in uitzonderingssituaties, maar dat appellante niet onder deze uitzonderingen valt. Hoewel appellante psychische problemen had gehad, was de behandeling daarvan afgesloten vóór het moment van het bericht over terugbetaling van de lening. De Afdeling oordeelde dat de terugbetalingsplicht geen onevenredige last voor appellante oplevert.
Verder is vastgesteld dat de minister rekening kan houden met de draagkracht van appellante bij het bepalen van het maandbedrag, wat ook is gebeurd. Appellante had het maandbedrag per mei 2022 verlaagd zien worden naar € 15,00. De omstandigheden die appellante aanvoerde rechtvaardigen geen andere uitkomst. De Afdeling bevestigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het verzoek tot kwijtschelding van de lening wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.